Proportionele Curve

by Mathieu

Dit is eigenlijk ook een artikel in de serie ‘Project B’, maar vermits het over een welbepaald aspect van geometrie en uitslag methoden zal gaan heb ik het een duidelijke en afzonderlijke titel gegeven. In het vorige artikel verwees ik al naar de ‘hoofdstijl’ van de schuur en dat we hier iets speciaals mee zouden doen. Ik heb eigenlijk geen idee of er voor dit element een juist Nederlands synoniem bestaat dus zal ik er verder naar verwijzen in de Japanse benaming namelijk daikoku bashira. Vrij vertaald kan je dit omschrijven als de ‘heilige centrale stijl’.

Zoals jullie nu al wel weten gaat mijn interesse in houtbewerking vooral uit naar de traditioneel Japanse traditie dus natuurlijkerwijs relateer ik veel van het schrijnwerk dat ik verwezenlijk naar deze traditie.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik mijn inspiratie vond bij wat mij bekend is. Zoals wel vaker gebeurd nemen mijn ideeën een concrete vorm aan als ik net voor het slapen in gedachten verzink en nadenk over hoe ik een project wil realiseren. In dit geval dus hoe we deze centrale stijl vorm kunnen geven. Aangezien deze een prominente plek in het gebouw inneemt wilde iedereen uit ons team deze stijl wel afwerken en hadden we er allemaal onze eigen visie over hoe hij er uit zou kunnen zien. Ik was dan ook erg tevreden toen Ante, die dit project leidt, mij het vertrouwen gaf om de vorm te mogen bepalen.

De Robinia stam liep in zijn natuurlijke vorm al taps toe naar boven en we wilden hem zo groot mogelijk houden en dus zo weinig mogelijk materiaal verwijderen. Mijn oorspronkelijk idee was om hem rond te maken en af te werken met de yariganna, een speerschaaf en de voorloper van de gewone blokschaaf. We lieten dit idee algauw achterwege vermits het veel te tijdrovend zou zijn en we ons de luxe van tijd niet konden veroorloven.

Toen ik alle gegevens optelde had ik een bepaald idee van wat ik met de vorm van de stam wilde doen. Hij moest vierkant blijven en versmallen naar de bovenkant. Ik herinnerde me de zuilen van het Centraal Station in Antwerpen die ik tijdens mijn jeugd vaak geschetst had tijdens de lessen waarnemingstekenen. De gracieuze en gebalanceerde vorm die ze uitstralen is me altijd bijgebleven en deze balans was exact wat ik voor ogen had voor de stijl van de schuur.

De zuilen die men hier ziet kan men in de Toscaanse orde indelen. Men vindt trouwens ook voorbeelden van de Ionische en Dorische orde terug in het station. Het is niet te verwonderen dat men deze in de Eclectische bouwstijl terugvind waarbij typisch verschillende klassieke stijlelementen met elkaar worden gecombineerd. Misschien kunnen we de vakwerkschuur  waaraan we bezig zijn ook wel een beetje als Eclectisch bestempelen vermits daar ook stijlelementen uit verschillende tradities in terug te vinden zijn.

Voor alle duidelijkheid moeten we begrijpen dat de zijden van een zuil meestal niet recht zijn, dit is althans het geval in de klassieke bouwwijzen. De reden is in hoofdzaak esthetisch. Als een zuil naar boven toe verkleint geeft dit een gebalanceerd gevoel en karakter. De afmetingen zijn hiervoor ook zeer belangrijk dat wil zeggen dat er een bepaalde verhoudingen gehanteerd worden voor de diameter tov de hoogte.

De reden voor de diminutie  is niet enkel de zoektocht naar balans maar ook een moedwillig optisch effect. Hoe verder een object van ons verwijderd is hoe kleiner het lijkt. Deze kennis word dan bewust toegepast in de vorm van de zuil. Door deze bovenaan te verkleinen wekt men de indruk dat deze hoger is dan hij lijkt. Maar er is ook een verschil tussen een zuil van 2,5m en een zuil van 7m. De laatste bereikt dit effect al gedeeltelijk door zijn eigen langere lengte dus is het vanzelfsprekend dat de verhouding van de diminutie anders is voor een lange zuil dan voor een korte.

Als we dan nog verder terugkijken zien we dat de zuil in zijn gefabriceerde vorm afstamt van een houten stijl welke op zijn beurt afstamt van de stam van een boom. Ook deze verkleint naar boven toe en deze vorm geeft ons een behaaglijk gevoel. Veel meer dan een zuil welke kaarsrecht opstijgt. Deze voelt kil en statisch zeker als hij enige lengte krijgt.

In mijn geval moest ik me dus twee vragen stellen. Ten eerste, wat is de verhouding van de breedte van de zijden tov de hoogte en ten tweede, Hoe bepaal ik de verticale curve en welke verhoudingen wil ik hierbij toepassen?

Vitruvius, Alberti and Palladio hebben voor de verkleining tov de hoogte verschillende ratio’s bepaald. De verhoudingen van Alberti zijn bijna dezelfde als deze van Vitruvius en waarschijnlijk grotendeels van hem gekopieerd. Palladio daarentegen is nauwkeuriger en geeft voor de hoogteverhouding tussen de onder- en bovenkant een verhouding van 5.5/6.5 aan voor zuilen tot 5m lengte.

Hier botste ik al tegen het eerste probleem vermits de vorm al gedeeltelijk bepaald is door de gegeven afmetingen. De verhouding gebaseerd op de gegeven maten is 8.2/12. Met andere woorden de top is te smal tov de basis of er moet nog meer materiaal verwijderd onderaan. Dat laatste is zeker geen aantrekkelijke optie dus ging ik aan de slag om andere opties te onderzoeken.

De vraag die ik me dan stelde was hoe ik de curve ging bepalen die de zijden van de stijl zouden vormen. Er zijn mij verschillende methodes bekend om een curve geometrisch te bepalen maar vermits ik een stijl nog nooit zo gevormd heb vroeg ik me af welke de meest geschikte methode zou zijn.

Tijdens mijn nachtelijke dwalingen in de uithoeken van mijn brein kwam ik altijd terug op de methode die gebruikt wordt voor het bepalen van de curve van de dakrand in Japanse architectuur. Deze curve vloeit voort uit de onderverdeling van een kwartier van een cirkel waarvan de straal gelijk is aan de lengte die de dakrand omhoog buigt. Er komt veel meer bij kijken maar voor wat we hier onderzoeken volstaat deze omschrijving. Dit is trouwens maar één van de wijzen om deze curve te bepalen, iedere methode heeft een andere uitstraling tot gevolg. Het zijn deze subtiele karaktertrekken die belangrijk zijn in architectuur, iedere lijn of curve brengt een bepaald gevoel met zich mee.

Dit zou dus een goede methode kunnen zijn om de de curve van de stijl te bepalen maar ik wilde toch nog wat verder kijken en opzoeken hoe deze curve in de westerse Klassieke Ordes werd bepaald. Weinig onderzoek later werd ik verrast door wat ik vond. De diminutie of simpelweg verkleining werd, volgens de Cyclopaedia, blijkbaar op gelijkaardige wijze bekomen! Ik had gehoopt bij deze zoektocht nog een nieuwe manier te ontdekken maar in de plaats daarvan kwam ik weeral tot de conclusie dat de wereld kleiner is dan hij soms lijkt. Spijtig genoeg vond ik de bijhorende tekst nog niet terug en kost het me altijd wat tijd en geconcentreerd gestaar om de essentie van de tekening te begrijpen. Het is immers wel duidelijk dat de methode vergelijkbaar is maar de tekening van de doorsnede boven de zuil blijft voorlopig nog een raadsel.

Terug in het atelier begon ik vastberaden het werk voor te bereiden maar onmiddellijk werd me duidelijk dat ik het over een andere boeg zou moeten gooien. De afmetingen waren anders dan wat ik me had voorgesteld en ik zou de verhoudingen moeten aanpassen.

Ik herinnerde me wat mijn leraar me vertelde over de theorie van proporties en zijn praktische toepassingen. “Het is noodzakelijk om te begrijpen waar een vorm of curve vandaan komt en wat het achterliggende idee is, maar theorie is maar wat het is, niets meer en niets minder. Uiteindelijk is het de schrijnwerker die de beslissingen maakt en de vorm moet ‘juist’ aanvoelen.” Dat wil echter niet zeggen dat iedereen een beoogd esthetisch effect kan bekomen door iets te doen wat voor hem ‘juist’ aanvoelt.

Ik gooide mijn oorspronkelijke idee overboord en besloot om simpelweg een lat te buigen en zo de curve te laten samenvallen op vier bepaalde punten met een gegeven verhouding tov elkaar. Een snelle en efficiënte methode die ik gemakkelijk kon repeteren op de vier zijden met dit resultaat als gevolg.

proportional curve

De stijl werd dan afgewerkt met een chona om een mooi patroon te bekomen.

chona finish

Aangewerkt aan de natuurlijke vorm van een steen die we uit de tuin hebben opgegraven.

match the stone

Advertisements