Grindverk Modalen

by Mathieu

Ondertussen ben ik al bijna een week terug thuis maar ik had de komende dagen toch nog graag verslag gebracht van mijn reis naar Noorwegen. Het was Axel Weller, een Duitse zimmerman en vriend van me, die mij in contact bracht met Arild Saetre en vertelde over het project in Modalen. Toen ik met de organisatie contact nam vertelde ik hen over mijn achtergrond en alhoewel de lijst van deelnemers al was vastgelegd lieten ze mij weten dat ze me nog graag aan de lijst hadden toegevoegd. Het project betreft een historisch nauwkeurige restauratie van een ‘stave’ schuur, of beter gezegd grindverk (=vakwerk), in het afgelegen gebied van Modalen in Noorwegen, een prachtige bergachtige streek aan de fjorden.

Zaterdag arriveerde ik rond 22.00u op de luchthaven in Bergen. Het was te laat om nog met één van de deelnemers af te spreken of om verder te reizen en vermits ik geen slaapgelegenheid had voorzien besloot ik maar om de nacht op de luchthaven door te brengen tot als ik dan op zondag mijn reis verder kon zetten. De betegelde luchthavenvloer is niet wat men zich bij een comfortabele slaapplek voorstelt maar niettemin vergaarde ik nog enkele goede uurtjes slaap met dromen over het zoete geluid van bijlen die regelmatig inslaan op de verse stammen naaldhout.

Ik was erg benieuwd naar de andere deelnemers, een internationaal gezelschap van timmerlui die allemaal al hun reputatie gevestigd hadden. Het zou een veelbelovende bijeenkomst worden van een gevarieerd en uiterst interessante groep vakmannen en -vrouwen. Er is altijd nog zoveel te leren in ons vak en zulke projecten zijn altijd de uitgelezen kans om mijn horizon te verruimen. Dat is dan ook één van mijn doelstellingen, zoveel mogelijk bijleren van de lokale houtbouwtraditie, zoveel mogelijk werk realiseren en goede contacten leggen.

Bergen. Ik vraag me vaak af wat mij bezield om altijd met zo’n zware rugzak op stap te zijn. Als het niet is om ergens op een godvergeten plek een obscure rotswand te gaan beklimmen dan ben ik wel onderweg naar een plek waar ik mijn gereedschap mee naartoe wil zeulen. Mijn twee grote passies zadelen me telkens op met een zware last, ook vaak figuurlijk. De mooiste dingen komen altijd tegen een grotere prijs denk ik dan. Toen ik in Bergen aankwam besloot ik toch maar om die fysieke last af te werpen en aan een kluis in het station ter bewaring te geven. Ik had namelijk nog een halve dag tijd te vullen met op zoek te gaan naar architecturale bezienswaardigheden. Ik had hieromtrent niets gepland en had zelfs niets opgezocht voor ik vertrok. Ik kijk altijd eerst naar de duidelijke orientatiepunten als ik mij in een onbekende stad bevindt en in Bergen was het dan ook de St. Johanneskerk die me eerst opviel. Kerken hebben vaak interessante details en houtwerk in hun interieur en daarom vind ik ze vaak een bezoek waard.

Aan de buitenzijde laat de Neo-Gothieke architectuur een solide en statische indruk na. De rode baksteen in combinatie met het groene koperoxide op de spitse torendaken geven een warme indruk welke ik niet gauw bij andere Gotische of Neogotische bouwwerken terugvind. Initieel was ik vooral gefascineerd door de poort en het gesmede beslag. Niets had me echter voorbereid voor wat ik in het interieur zou aantreffen. Ik kreeg al een flauw vermoeden toen ik in de inkomhal naar het plafond stond te staren en de gesmede luchter bewonderde die van het verlaagde plafond hing te schijnen. Het smeedwerk is typisch voor deze periode, het einde van de 19de eeuw.

Het is moeilijk om mijn verbazing te beschrijven toen ik het middenschip binnenwandelde en de eerste seconden wist ik  niet waar ik eerst moest kijken. Ik stond toen nog in de narthex onder het orgel en gaf mijn ogen de kost terwijl ik de gebogen schoren bewonderde die het balkon overeind houden. De stijl van de profielen en moluren is niet mijn persoonlijke favoriet maar ik kon mijzelf niet bedwingen om luidop amai te zeggen bij het aanschouwen van al dit fijne timmerwerk.

Het verlaagde en geïnclineerde plafond vond ik een boeiend aspect. Het geeft een gevoel van welbehagen dat met een recht plafond nooit bekomen kon worden. De stijlen zijn opgebouwd uit verschillende stukken maar nauwkeurig verbonden en dit kan je enkel zien als je het van erg dichtbij onderzoekt. Ik zette enkele stappen verder en mijn adem werd me letterlijk ontnomen toen ik de spitsbogen en gewelven van het middenship aanschouwde. Pas toen mijn nek begon te verstijven van naar het plafond te turen begon ik me stilaan verder in de kerk te bewegen. Ik werd vervuld met een gevoel van grote bewondering en ik het was alsof ik een prachtige ontdekking had gedaan. Ik was weeral op het juiste moment op de juiste plaats beland. Ik ben niet te weten gekomen welk product er werd gebruikt om het Dennenhout zo donker te kleuren en kan er enkel naar raden. Ik vermoed echter dat het teer is dat uit het wortelhout van Dennen gedistilleerd wordt, typisch voor deze regio.

Ongelooflijk indrukwekkend is de enige omschrijving van toepassing op de kruising. De priem van de nok in de kruising loopt naar onder uit en word ondersteund door schoren. De metalen ankers zijn uiteraard relatief modern en verraden de recente constructie van het monument. Let op de beplanking van het dakgedeelte waar de dwarsarmen en het koor samenkomen. De dakhelling heeft daar een dubbele inclinatie en de planken lopen horizontaal door waar de dakhelling hetzelfde is en zijn verticaal waar deze steiler is, dit accentueert het verschil. Uiteindelijk heb ik me in de kerk neergezet en ben enkele uren blijven rondstaren naar alle details om het geheel goed op me te laten inwerken.

Het transept genoot het meest van mijn aandacht en het is de moeite om het vanuit enkele verschillende perspectieven te bekijken.

Ik keek later nog uitvoerig naar de details van al het schrijnwerk maar moest uiteindelijk de kerk verlaten toen ze werd afgesloten. Een kort gesprek met de misdienaar leverde niet veel extra informatie op. Ik had graag meer te weten gekomen over de bouwers en geschiedenis van de constructie. In het Noors is er wel wat over te vinden maar daar ben ik spijtig genoeg weinig mee vooruit.

‘s Avonds werden we opgepikt door Arild Saetre één van de organisatoren van het project, en reisden we verder naar Modalen. Onderweg stopten we nog bij de lokale smid om wat smeedwerk op te halen en de warme maaltijd na onze aankomst voerde het bloed naar mijn maag waardoor ik maar snel mijn bedstede opzocht. Mijn verblijf in Noorwegen was mooi begonnen. In de volgende artikels zal ik project zelf verder beschrijven.

Advertisements