Een Eindeloze Zoektocht

by Mathieu

Naar aanleiding van enkele discussies op het Nederlandstalige forum voor houtbewerkers besloot ik om eindelijk mijn ideeën rond het verkrijgen van hout eens op een rijtje te zetten. Ik zal vaak afwijken en verschillende andere aspecten die aan het onderwerp gerelateerd zijn proberen te belichten. Maar vandaag wil ik starten en eens kijken naar het concept van ‘duurzaam’ hout en het blootstellen aan een kritische blik.

Eerst wil ik de aandacht vestigen op de definitie van duurzaam zoals we die kunnen terugvinden op WikiPedia. Beschreven als volgt: “…(het aansluiten) op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen…”. Dit is een algemene beschrijving maar we zullen ze in dit geval verder bekijken in het licht van houtontginning.

Welke zijn nu de criteria waaraan echt duurzaam hout zou moeten voldoen? Dat wil dus zeggen hoe kunnen we deze grondstoffen blijven gebruiken zonder deze te overexploiteren. We zouden kunnen kijken naar de criteria gesteld door organisaties zoals FSC of gelijkaardige organen maar ik kies ervoor dit niet te doen! De reden is eenvoudig, ondanks het bestaan van dergelijke organisaties zijn we er nog niet in geslaagd om een situatie te creëren die op lange termijn een noemenswaardig positief effect zal hebben op ons globaal bosbestand. In tegendeel, de situatie is er de laatste decennia, ondanks de zogezegde inspanning nog steeds op achteruit gegaan. Dit in combinatie met de dubieuze aard van dergelijke certificering organisaties kan ik enkel concluderen dat de criteria die zij hanteren gebaseerd zijn op holle woorden. De criteria die worden gehanteerd zijn eenvoudig te bekijken op hun website. Maar ja, veel woorden vullen de zak niet.

Voor diegene die zich geroepen voelen om zich dieper in het onderwerp te storten kan ik de site van FSC-watch zeker aanraden. Na deze een tijdje met aandacht te hebben gevolgd durf ik te stellen dat het FSC in functie staat van de houtindustrie en in realiteit eerder de industriële belangen zal vertegenwoordigen dan deze van het oude woud.  Ze slaan er misschien wel in dit mooi te verpakken maar de inefficiëntie van hun organisatie zal hen zelf ook wel niet ontgaan hoop ik. Uiteraard worden er dan ook vraagtekens gesteld bij gelijkaardige duurzaamheid-stemples en staan deze nu ook in een slecht daglicht door toedoen van grote broer. Ik kijk nu sceptisch naar iedere label dat ik aantref en kan er weinig geloof aan hechten. Daarbovenop komt nog dat er vanuit de media maar ook politieke hoek het idee gewekt wordt dat we door de getroffen maatregelen daadwerkelijk vooruitgang boeken terwijl dit niet gefundeerd is. Er is enkel reden tot grote ongerustheid maar we kiezen er blijkbaar zeer bewust voor om onze kop in’t zand te steken.

Een van de problemen die jullie als lezer nu hebben is dat je nooit meer met dezelfde blik naar deze labels kan kijken. Vermits je hebt gekozen om dit artikel te lezen ben je nu bij de groep die ervoor koos met kritische blik op zoek te gaan naar een waar duurzaam alternatief. Waar gaan we beginnen? (Tot hier kan je nog steeds afhaken om jezelf te verzekeren van de standpunten waar je tot vandaag in hebt geloofd.)

Als we kijken naar de defintie die we van Wikipedia hebben overgenomen dan kunnen we deze al in vraag stellen! Namelijk het gedeelte “het aansluiten op de behoeften van het heden”. Dit is volgens mij niet alleen veel te vaag en voor interpretatie vatbaar maar vooral compleet achterhaald. De “behoeften van het heden” zijn inmiddels zo extraordinair gigantisch groot dat we deze niet kunnen verantwoorden door ze te rationaliseren.

Dan hebben we “… zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen…”. Oeps, te laat. Het is moeilijk om er een gefundeerde datum op te plakken maar als we aan dit tempo blijven kappen zullen we snel onder ogen moeten zien dat dit criterium niet echt realistisch is. Ik stel twee criteria voor, hernieuwbaar en lokaal die we op een kritische manier moeten uitdiepen.

Hernieuwbaar moeten we bekijken vanuit een perspectief in relatie tot tijd. Alles is hernieuwbaar als we er maar lang genoeg op wachten, olie is dat ook als we 60 miljoen jaar tijd hebben om op nieuwe olie te wachten. Gelukkig hebben bomen zoveel tijd niet nodig. Hier spreken we eerder over gemiddeld 30 tot enkele duizenden jaren (zoals de Bristlecone Pine). Hiermee bedoel ik niet dat we een drieduizend jaar oude boom kunnen gebruiken om onze eettafel uit te maken. Bomen hebben een ander ritme dat zij, waarschijnlijk bewust, niet hebben aangepast aan het tempo van onze moderne tijd. Misschien heeft het dus wel zin om ervoor te zorgen dat de producten die we vervaardigen uit het geoogste hout minstens de leeftijd zou moeten bereiken die de boom had bij het vellen. Hier komen we later nog op terug. In België bijvoorbeeld hebben we  zeker niet genoeg bomen om de lokale bevolking in al zijn behoeften te voorzien om nog maar te zwijgen over export. Om onze houtconsumptie te handhaven zijn we dus volledig afhankelijk van geïmporteerd hout.

Lokaal betekend in onze onmiddellijke omgeving. Als we dus afhankelijk zijn van ver en duur transport dat op zijn beurt van grote hoeveelheden fossiele brandstof afhankelijk is zitten we ook met een probleem. Lokaal is natuurlijk ook een rekbaar begrip. Gelukkig groeien er geen bomen op de maan anders zouden we binnenkort daar ook wel aan het werk willen. Hoe ver willen we gaan om ons te voorzien van ons geliefd cellulose materiaal?

Als ik deze redenering volg is de conclusie simpel. Ik kan geen enkele boom in mijn omgeving kappen en gebruiken voor materiaal, tenzij hij op sterven na dood is en in mijn achtertuin staat. Dus mogen we dan helemaal geen hout meer gebruiken? Voor een relatief snel herstel van onze planeet is er spijtig genoeg nog veel meer nodig dan dat. We zijn inderdaad op een punt gekomen dat we hier in West-Europa kunnen stellen dat iedere boom die voor leven vatbaar is zou moeten blijven staan. Het mooie zuiden van ons land, de Ardennen, is een schoolvoorbeeld van deze stelling. We moeten niet ver in de geschiedenis graven om te zien hoe erg ons eigen bosbestand is gekrompen. Ge zou voor minder tranen in de ogen krijgen als we beseffen wat er overblijft van een eens zo gigantisch en geweldig woud. Het is al uit het collectief geheugen aan het vervagen dat wij ooit een van de mooiste en grootste oerbossen van West Europa hadden vol met oude Eiken en ander geweldig hout.

Dus geen hout meer gebruiken om de aangroei op ieder vlak te maximaliseren en naar een nieuw evenwicht te groeien. Toch niet echt waar ik op gehoopt had als passioneel en professioneel houtbewerker. Is dat dan het einde van mijn carrière? Aan de basis van het probleem ligt uiteraard de consumptie druk van deze overbevolkte planeet die de draagkracht al geruime tijd overschreed. Moeten we daarom terugvallen op radicale oplossingen zoals deze? Misschien wel, maar daartoe ben ik zelfs niet bereid. Ik wil dus op zoek gaan naar andere oplossingen. Weliswaar iets complexer dan wat we tot hiertoe geprobeerd hebben maar ik beschouw het als goede praktijk om optimistisch te blijven zelfs al besef ik dat we ons waarschijnlijk in een uitzichtloze situatie bevinden en dat de afloop voor onze soort wel eens even duister zou kunnen zijn als een zwart gat.

Het is niet mijn bedoeling om bepaalde criteria aan iemand op te leggen, noch om te zedenpreken over de gekende problematiek. Wat ik wel probeer is om duidelijke vragen te stellen en op zoek te gaan naar betere antwoorden. Het behoeft geen diepe wijsheid om voor jezelf, liefst samen met een kleine sterke gemeenschap, naar betere oplossingen te zoeken. We hebben enkel een gezonde dosis bereidwilligheid nodig. Maar om onszelf van alle illusies te beroven mogen we beseffen dat het niet de weg van de minste weerstand zal zijn. Daarom vond ik het nodig om al deze punten opnieuw aan te halen als inleiding voor wat volgt. De eerlijkheid gebied mij te vertellen dat ikzelf zeker al mijn aandeel heb gehad in de teloorgang van onze oude wouden. Ik gebruik graag het fijnste materiaal dat ik kan vinden en juist dat komt van die bomen die zouden moeten blijven staan. Als ik morgen een meubelproject heb zal ik misschien ook wel Mahonie gebruiken als ik er aan kan geraken. Anderzijds heb ik me deze vragen al lang geleden gesteld en ben ik constant op zoek om er iets mee te doen. In de komende berichten zal ik mijn eigen pogingen nader toelichten en misschien kunnen ze de discussie aanvullen.

Als aanloop naar de volgende berichten over het onderwerp en ter afsluiting zullen we kijken naar het concept ‘hernieuwbaar‘ en of we de mogelijkheid hebben om hier onze verantwoordelijkheid op te nemen. Als een boom hernieuwbaar is moeten we er dus wel degelijk op toezien dat er voor een gevelde boom een wordt aangeplant. Maar dat alleen is niet genoeg, deze boom moet van dezelfde soort zijn en er zou ook op moeten worden toegezien dat hij vrij kan groeien en tot diezelfde leeftijd als de eerder gevelde boom. En dit is in het geval dat deze welbepaalde boom niet door andere omstandigheden getroffen wordt die zijn leven moeilijk of onmogelijk maken. Dat scenario is zeer waarschijnlijk dus hebben we misschien voor iedere gevelde boom er wel twee nieuwe nodig. Nog beter zou het zijn, met het oog op houtproductie, dat zijn ontwikkeling in de gaten wordt gehouden. Door hem regelmatig te snoeien zodat de onderstam uiteindelijk hout van hoge kwaliteit levert door het ontbreken van knoesten. In realiteit zouden we dus over een lange tijdspanne, vele generaties, op onze bomen moeten toezien hoe deze zich ontwikkelen. Het hierboven geschreven scenario doet zich theoretisch wel voor maar is enkel gericht voor productie op korte termijn. Deze principes worden zeker niet toegepast op een schaal dat we in grote hoeveelheden brede planken voorhanden hebben met een fijne nerf zonder kwasten.

Maar ook al zouden we wel kunnen beschikken over hout van uitzonderlijke kwaliteit en in grote kwantiteit wil dat nog niet zeggen dat er enkel producten mee zouden worden gemaakt die de kwaliteit van het materiaal complimenteren. Niet zo lang geleden reisde ik door China en Laos waar ik getuige was van de impact van de houtindustrie. Hier worden nog dagelijks tonnen hout gekapt, oude bomen die uiterst fijn materiaal zouden kunnen opleveren, om verwerkt te worden tot multiplex welke een erg korte gemiddelde leeftijd beschoren is. Ik durf zelfs een groot vraagteken plaatsen bij het gebruik van plaatmateriaal in het algemeen en zie geen enkele reden waarom dit ooit een verantwoorde keuze zou kunnen zijn vanuit een duurzaam standpunt. Het gebruik van plaatmateriaal achterwegen laten met het oog op duurzaamheid zal voor velen een brug te ver zijn maar gezien de uitzichtloze staat van ons globaal bosbeheer zijn dat toch de dingen die we in vraag moeten stellen.

Wat we nodig hebben is een veel verfijnder globaal bosbeheer dat in eerste instantie in functie staat van het bosbestand en onze oude wouden helpt te herstellen op een efficiënte manier. Het grootste struikelblok hier zijn de economische en industriële belangen.

Het is nu echt tijd om van de zeepkist te stappen en eens te kijken wat wij zelf vandaag kunnen doen om ons steentje bij te dragen. Hiermee inspireren we onze omgeving, kinderen en diegene die in contact komen met de voorwerpen die we hebben gemaakt. Tijdens het werk in het atelier herinner ik me iedere dag wat mij werd bijgebracht. Een verantwoordelijkheid voor het hout als materiaal. Soms kies je ervoor om dat mooiste stuk te bewaren voor een geschikt project waar het tot zijn volste recht kan komen. Als houtbewerkers hebben we de verantwoordelijkheid om ons zo goed mogelijk te bekwamen in ons vak want enkel zo kunnen we het mooiste hout het best tot zijn recht laten komen.

Als enkel de helft van het hout dat gekapt werd verwerkt zou worden tot voorwerpen van een kwaliteit die de leeftijd van de boom kan overschrijden zouden we geen nood hebben aan een Zweedse multinational die de halve wereld van interieur voorziet. Als onze lokale gemeenschap ons nauw aan het hart ligt kunnen we goede contacten onderhouden met onze buren. Ongetwijfeld zal er regelmatig hout de kop op steken dat zijn weg naar jouw atelier kan vinden om daar zijn leven te laten verlengen in de vorm van een nederig gebruiksvoorwerp. Niemand houd ons tegen om met onze kleinkinderen een boom te planten in de tuin die zij zelf ooit kunnen gebruiken om zich te voorzien van een ambachtelijk vervaardigd meubel.

Zulke initiatieven lijken in het niets te vervagen bij de huidige problematiek maar ik geloof sterk dat het vooral een verandering is in mentaliteit die aan de basis zal liggen voor een mogelijke oplossing.

Het zaad voor zo’n veranderingen zit in onszelf.

Advertisements